7

Meet- en regeltechniek

Nadat het model is gemaakt, wordt het uitgelijnd en worden alle aanhangsels aangebracht. Want om te kunnen varen hebben modellen een motor nodig, een stuurmachine en vaak ook nog allerlei meetapparatuur. Daarna krijgt het model een uniek nummer en is het klaar voor verder onderzoek.

Met behulp van laserapparatuur brengen we spanten en waterlijnen aan op het model. Hiermee kunnen we tijdens de modelproeven zien hoe het golvenpatroon rond het schip eruit ziet. Verder zijn de waterlijnen – ook wel diepgangslijnen genoemd – van belang om het schip zeer precies op de juiste diepgang te leggen met behulp van extra gewicht (ballast).

 

Aanhangsels

Ook worden de aanhangsels aangebracht. Onder aanhangsels verstaan we alle delen van het model die niet tot de romp gerekend worden maar die aan of in de romp bevestigd worden. Denk daarbij aan bijvoorbeeld roeren, boegbuizen, asdragers en stabilisatievinnen. Welke aanhangsels aan een model worden bevestigd, is afhankelijk van het scheepstype. Bij eenvoudige modellen gaat het alleen maar om een roer en een koker, waar de as doorheen gaat die de schroef aandrijft. Maar bij modellen van bijvoorbeeld cruiseschepen of marineschepen moeten ook vaak asdragers, boegbuizen en stabilisatie-openingen worden aangebracht.

Opbouw

Voor proeven in golven en wind maken we niet alleen de romp van het schip met de aanhangsels, maar ook de opbouw zoals de brug en de dekhuizen. Zo kunnen we ook de effecten van wind en golven op het schip meten. Offshoreconstructies zoals boorplatforms worden voorzien van bijvoorbeeld afmeer- en verankeringinstallaties, booreilanden, boeien en jackets.

Opnemers

Het meten van krachten gebeurt via een opnemer, een stukje metaal met daarop een viertal rekstroken die zijn geschakeld en die zijn aangesloten op een constante voedingsspanning. Een rekstrook is een klein stukje folie met daarop een heel dun metalen draadje waarvan de diameter verandert als het langer of korter wordt. Hierdoor verandert de elektrische weerstand in de rekstroken – en daarmee ook het uitgangssignaal. Deze opnemers worden in een model ingebouwd en op die manier kan er dus gemeten worden.

Voor elke situatie of voor iedere kracht (bijvoorbeeld uitrekken, inkrimpen of torsie) wordt een nieuwe opnemer ontwikkeld en gemaakt. De opnemer moet soms heel klein zijn om in een olieslang te passen, of te worden geplaatst in de schroefas van een scheepsmodel. Soms wordt een schip in stukjes gezaagd om zo de krachten op de verschillende delen van het schip te meten.

Besturingen

Voor de motoren en de stuurmachines in het model zijn besturingen nodig die de motoren exact laten doen wat er gevraagd wordt. Dat betekent dat er een regelaar nodig is die de motor aanstuurt en software die bepaalt wat er gevraagd wordt. Die apparaten werken allemaal samen, ze zijn met een bus verbonden aan een centraal besturingssysteem. Dit zorgt ervoor dat een model met een vaste snelheid vaart, dat het model weer wordt teruggestuurd als het door golven uit koers is gebracht, maar ook dat een slingerend model stopt met slingeren doordat vleugels onder water gaan bewegen.

Hexapod

De hexapod is een machine met zes (hexa)poten waarmee we een model allerlei bewegingen kunnen laten maken. Zo kunnen we onderzoeken of op een luxe jacht het zwembadwater niet over de rand gaat bij hoge golven. Maar ook onze ‘Fast Small Ship Simulator’ heeft een hexapod waardoor je het gevoel hebt met hoge snelheid over de golven te stuiteren.

Lees meer

Wist je dat

de kracht die je met een rekstrook meet, wordt uitgedrukt in microrek (1 MicroRek = 0,000001 meter)?

In beeld

Deel deze pagina